The Pogfather
Hoe Pogi het peloton onder de duim heeft
Toch even dat sneertje. Het kwam halverwege het interview na afloop van de eerste rit van de Ronde van Romandië. Tadej Pogacar had gewonnen (alweer) en hij was blij (alweer) maar dat weerhield hem er niet van om nog even te benadrukken dat er in de kopgroep een renner was geweest die zijn werk niet had gedaan.
“Het was moeilijk met z’n drieën. En eentje die niet meedraaide.”
Pogacar hoefde de naam van die ene niet eens uit te spreken. Iedereen wist meteen over wie hij het had. Wie de profiteur was. De saboteur. De sukkelaar die de euvele moed had betracht om niet mee op kop te rijden met de wereldkampioen.
Florian Lipowitz was zijn naam. Renner van Red Bull - Bora. In een lullig ritje in Romandië meteen met stip binnengekomen in de toptien van de Zwarte Lijst. Die arme Florian hoefde niet te rekenen op een greintje begrip. Ook al had hij twee ploegmaats in de achtervolgende groep (waaronder Primoz Roglic) en ook al was hij volstrekt kansloos in een vlakke sprint tegen Pogi - hij had maar moeten meerijden. Dat is wat Pogacar nu eenmaal eist van zijn tegenstanders. En als je dat niet doet, dan krijg je het te horen.
Tadej Pogacar heeft alles mee. Hij is na zijn geboorte in een toverketel met genetische toverdrank gevallen, hij is mentaal onbreekbaar, hij is één met zijn fiets, hij heeft vrijwel altijd geluk en hij bezit ook nog de gunfactor. Hoeveel hij ook gewonnen heeft, hoeveel renners hij ook als weerloze zeehondjes heeft doodgeknuppeld; zodra hij zijn helm afzet, is het je buurjongetje van twaalf die fietsen gewoon heel erg leuk vindt. Piekhaar, twinkelende oogjes, glimlach rond zijn lippen. En ergens geloof ik ook dat ie het meent. Hij víndt wielrennen heel erg leuk. Vooral als ie wint dan. Dat doet ie, gelukkig voor hem, bijna altijd.
Pogacar weet heel goed hoe hij andere renners - zowel in het zicht als buiten het zicht van de camera’s - aan zich moet binden. Hij deelt handjes en high fives uit aan tegenstanders, hij grapt met concurrenten achter het podium, hij geeft zijn shirtje weg aan Giulio Pellizzarri als hij hem voorbij is gereden in de laatste meters van een bergetappe in de Giro.
En als Paul Seixas als new kid on the block zonder na te denken kop over kop met hem meerijdt in de finale van Luik-Bastenaken-Luik, geeft Pogacar die kleine Paultje naderhand zijn zegen door hem op Strava te complimenteren met zijn KOM’metje op de Redoute. Klopje op de schouder. Goed gedaan ventje. Meerijden, dan krijg je de goedkeuring van de baas. Heel aardig, maar het is óók een signaal naar iedereen die er ook maar over peinst om níet mee te rijden.
Want achter die vrolijke, aanraakbare, joviale Pogi gaat ook een veel donkerdere kant schuil. De Pogacar die beseft dat hij macht heeft. En die ook meer en meer misbruikt.
De eerste tekenen van die donkere kant waren een paar jaar terug voor het eerst te zien. De twee verloren Tours (die van 2022 en 2023) lieten zijn sporen na bij Pogacar en zijn ploeg. Jonas Vingegaard en - toen nog - Jumbo-Visma werden gebombardeerd tot De Grote Vijand. Dat is ergens logisch, omdat het ook de ploeg was die Pogacar tot twee keer toe kapot reed in de grootste wielerkoers van de planeet. Pogi en UAE gebruikten de concurrentiestrijd met Visma om beter te worden op talloze terreinen. Het budget ging omhoog, er werden betere renners aangetrokken, de begeleiding werd moderner en professioneler. Maar de concurrentie ging veel verder dan in de koers alleen. UAE probeerde renners van Jumbo te contracteren of nieuwe talenten voor hun neus weg te kapen, achter de schermen botsten stafleden van beide ploegen en UAE kocht het afgelopen jaar zelfs Instagramvolgers om er maar nét iets meer te hebben dan Visma-Lease a Bike. In uitingen rond de koers werd de toon steeds onvriendelijker, met de Tour van 2025 als dieptepunt. De strijd tussen UAE en Visma werd uitgevochten op de fiets en naast de fiets. Pogacar sneerde naar Vingegaard dat “hij alleen maar in mijn wiel zat”, er was een incident waar Pogacar zei te zijn gebrakecheckt door een ploegleiderswagen van Visma en er bleek in de bus van UAE een zwarte lijst te hangen, waarover Nils Politt zei: “Daar wil je niet op staan”.
Wie er sowieso op die zwarte lijst stond: Visma-renner Matteo Jorgenson, die het had aangedurfd om een bidon aan te pakken toen Pogacar hetzelfde wilde doen en verbaal van zich afbeet toen Pogacar erover klaagde. De manier waarop renners van UAE - inclusief Pogacar zelf - vervolgens reageerden als Jorgenson demarreerde, had nogal veel weg van pestgedrag. Het deed denken aan de manier waarop Lance Armstrong Filippo Simeoni het zwijgen probeerde op te leggen in de Tour van 2004.
Jorgenson is een doembeeld geworden in het peloton. Alle renners kunnen zien dat hij persona non grata is bij de sterkste renner en de meest dominante ploeg van de apenrots - en wat de gevolgen ervan zijn. Hij krijgt geen centimeter ruimte en hij heeft sinds de Tour van vorig jaar geen koers gewonnen. De meeste renners en ploegen kunnen het zich niet permitteren of Pogacar of UAE tegen zich te hebben. Als Politt zich als een mafiamaatje gedraagt in de Tour door renners te intimideren die willen aanvallen, wordt er vooral off-the-record over gesproken. Want als Jorgenson wordt gestraft voor een grote bek, dan liever zwijgen.
Pogacar gebruikt (of misbruikt) zijn macht ook intern. De manier waarop Juan Ayuso de ploeg werd uitgebonjourd was verre van chique. In de Giro van vorig jaar koos Pogacar opzichtig de kant van Isaac Del Toro, terwijl hij wist dat Ayuso was aangewezen als kopman. Toegegeven: Ayuso zelf speelde het ook niet bepaald handig in de rest van het jaar, maar het was volstrekt duidelijk dat hij binnen zijn eigen ploeg als paria werd behandeld omdat hij zichzelf niet zomaar zag als de volgende knecht van Pogacar. En er is geen ruimte voor te grote ego’s naast dat van de beste renner ooit.
Oké, dan nu terug naar Florian Lipowitz. Na de oorvijg die hij kreeg in het flashinterview na de eerste rit in Romandië, ontspon zich een klein duel met Pogacar in de volgende etappes. In de slotrit kwamen ze opnieuw samen voorop. Deze keer had Lipowitz zo mogelijk nog meer redenen om níet op kop te rijden, met Roglic en diens eindschot vlák achter zich. Maar Lipowitz durfde het niet aan om nog een keer in het wiel te blijven zitten. Hij nam over, brommerde Pogacar naar de laatste 500 meter en trok toen de sprint voor hem aan - vlak voordat Roglic kon aansluiten. Het was oliekoekendom. Maar ook begrijpelijk: Lipowitz wil geen Jorgenson worden.
Pogacar zei dankjewel en slachtte hem af. Lipo moest het na afloop doen met een slap handje van de baas.
“It’s not personal Sonny, it’s strictly business.”







Jullie vroegen er in de podcast naar, ik zit echt te vloeken iedere keer dat die Pogfather wint, noem hem nu nooit meer anders… hij heeft bij mij echt de anti-gun-factor!
Ik ben al meer dan een jaar geen fan meer van Pogacar. Hij is wel heel erg opzichtig zijn hele grote bingokaart aan het afvinken. Wedstrijden waar hij aan mee doet zijn voor het over grote deel niet meer interessant.