Insanity, again
En wéér won het koershart van Mathieu van der Poel het van zijn verstand
Meerkeuzevraag.
Stel. Je heet Mathieu van der Poel. Je bent in de finale van de Ronde van Vlaanderen alleen over met Tadej Pogacar. Op de teller nog zo’n 51 kilometer te gaan. Je hebt eerder in die situatie gezeten: een jaar eerder, en drie jaar eerder ook. Beide keren werd je eraf gereden op de laatste passage van de Oude Kwaremont.
Wat doe je?
A. Volle bak meerijden tot de Oude Kwaremont.
B. Halve beurtjes.
C. Geen meter op kop.
Hij kreeg ‘m weer, Mathieu van der Poel. Dezelfde vraag als vorig jaar en drie jaar geleden, de vraag waarvan ie wist dat ie er weer aan zat te komen.
Tegen Pogacar koersen is heel makkelijk en heel moeilijk tegelijk. Heel makkelijk omdat je van tevoren precies weet wat ie gaat doen, heel moeilijk omdat ie vaak zo hard gaat dat je ‘m alsnog niet kunt volgen. Dat Pogi óók in de editie van dit jaar zijn slag zou slaan op de Oude Kwaremont stond van tevoren in chocoladeletters op zijn voorhoofd geschreven. Iedereen wist het; hij had net zo goed folders met het tactische plan van UAE kunnen uitdelen bij de start.
Van der Poel en zijn ploeg wisten dat het allemaal zou draaien om de laatste Kwaremont. Zijn enige taak: zo fris mogelijk aan de voet komen, in het wiel van Pogacar. En dan hopen en bidden dat ie nét genoeg over zou hebben om eraan te blijven hangen. Om zijn kansen te maximaliseren, moest is eigenlijk sparen. Wachten. Wieltjesplakken. Catenacciokoers. Antiwielrennen.
Maar Van der Poel is geen wieltjesplakker. Nooit geweest ook. Hij heeft zijn leven lang wedstrijden gewonnen door aan te vallen, door op zijn intuïtie te rijden, door te spelen in de koers. Niet teveel rekenen, maar rijje. Het is een van de belangrijkste redenen waarom ie zou goed is geworden. Hij heeft zijn eigen grenzen ermee verlegd, hij heeft er grote koersen mee gewonnen, hij heeft er zoveel plezier in gevonden dat ie óók wegwielrennen leuk is gaan vinden. Oké, sinds die ene uit de hand gelopen nacht in een Australische hotelgang is ie een stuk professioneler geworden en misschien íetsje zakelijker gaan koersen - maar hij blijft een renner met een hart dat pompt voor de koers. Ook al schreeuwt de situatie erom: níet rijden is voor hem nagenoeg onmogelijk.
Dat bleek in de Ronde van 2026 nog maar eens.
Toen UAE (met Florian Vermeersch op kop) doortrok op de Molenberg en er een groep favorieten zich afscheidde van het peloton, was het niet aan VDP om op kop te rijden. Mads Pedersen deed het ook niet, Wout van Aert nauwelijks. Matje was de enige van de vedetten die ook nog een ploegmaat in de vroege vlucht had zitten: Silvan Dillier. Nul komma nul reden om mee te draaien op kop van de groep.
Hij deed het toch.
Waar hij zich nog kilometers had kunnen laten meevoeren door Pogi & co, begon hij daar al aan het eten van zijn eigen bord. Kleine hapjes misschien - maar kleine hapjes zijn ook hapjes.
En dat is ook wat ie vijftig kilometer later deed, toen ze nog met z’n tweeën over waren. De meerkeuzevraag beantwoordde hij met B: halve beurtjes. Niet teveel, maar toch. In zijn eigen woorden, voor de camera van Eurosport: "Ik nam ook niet als een gek over, hè. We wisselden gewoon af, het was ook niet nodig om er harder op kop te rijden.” Maar hij speelde er Pogacar wel mee in de kaart. De momenten dat Van der Poel op kop reed, kon Pogacar sparen en maakten van het laatste koersuur een zwaardere inspanning: precies wat Pogi wilde.
Want stel dat VDP níet mee had gereden en alleen maar als een Hubba Bubba aan het achterwiel van Pogacar had geplakt? Dan had hij het dilemma bij Pogacar gelegd: zou die dan volle bak blijven rijden met VDP in het wiel? Of zou hij stoppen en ervoor kiezen om dan maar Evenepoel, Van Aert en Pedersen te laten terugkomen? Het zou de kansen van VDP (maar ook die van de andere drie) hebben vergroot. Oók al omdat ze met elkaar hadden kunnen samenwerken als ze in de finale alsnog door Pogacar zouden worden gelost.
Er zou voor Van der Poel wel een risico aan catenacciokoers hebben gehangen: dat hij er alsnog zou worden afgepierd op de Oude Kwaremont en dat hij ook daarmee ook nog gezichtsverlies zou hebben geleden. Dan zou hij overkomen als een pussy, een matennaaier. Niet langer Tadje en Matje, maar Tadje en Watje. Je eigen ego op het spel zetten: dat moet je ook maar durven.
Hij was er niet toe bereid. Zelfs niet nadat hij op zijn tandvlees boven was gekomen op de Kruisberg en de ploegleiderswagen had gevraagd om ‘iets tegen krampen’.
En hij betaalde er de prijs voor. Op de laatste Kwaremont loste Van der Poel, net als in 2023, net als in 2025. Op de top was het verschil nondeju 6 hele seconden. Dan kan hij keer op keer zeggen dat Pogacar te sterk was, maar hij was er zó dichtbij. Wat als hij de honderd kilometer ervoor níet mee op kop had gereden? Waren al die kleine hapjes die 6 seconden waard?
Ik denk het wel, eerlijk gezegd.
Er is een uitspraak die altijd aan Einstein wordt toegeschreven, maar die niet van Einstein is. “Krankzinnigheid is elke keer hetzelfde doen en verwachten dat de uitkomst anders is.”
Dat is precies waar de tactiek van Van der Poel me aan doet denken. Drie keer reed hij in de afgelopen jaren - op volle of op halve kracht - mee tot de laatste passage van de Oude Kwaremont, drie keer werd hij door Pogacar gelost. Ik heb heel veel respect voor de manier waarop Van der Poel koerst en waarop hij de sport mede heeft veranderd, maar voor een écht duel moet ie volgend jaar veranderen in een Hubba Bubba.
Geen half werk meer, maar alles op het spel.
Inclusief zijn eigen ego.







Volgens mij is het heel simpel. Van der Poel is een koers liefhebber pur sang, maar het is gewoon geen winnaar. Hij vindt winnen best wel leuk, maar hij vindt ‘koersen’ leuker.
En dat is precies wat we bij al die gasten zien. Het is lekker koersen en gek doen met de maten. Dan ligt er ergens toevallig een finish, waarna het wel heel vreemd is om door te rijden, staan ook allemaal bussen enzo. Dus ze stappen af geven elkaar een knuffel en zeggen:’ Tot volgende week!’
En na een weekje werken mogen ze op zondag weer allemaal buitenspelen.
Wat Thijs (en ik lees het overigens nergens) niet benoemt is dat er over precies 7 dagen een koers is waar VDP er baat bij heeft dat Pogi meerijdt als ze samen weg zijn. Geven en nemen heet dat in de volksmond, maar jammer is het zeker!